Zoek
Sluit dit zoekvak.

Kennispublicatie – Maatgevend scenario in het ontruimingsplan

Vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl) is het voor de gebruiksfuncties met een krachtens de wet voorgeschreven brandmeldinstallatie vereist om een ontruimingsplan te hebben. Op basis van het Bbl is het vereist dat zo’n ontruimingsplan de gebruikers van het gebouw voldoende inzicht geeft in de kenmerken van het bouwwerk en de aanwezige brandbeveiligingsinstallaties, waardoor het helder is welke stappen genomen moeten worden bij een brandmelding.

Aanvullend op de wettelijke eisen vanuit de bouwregelgeving, is het van groot belang dat in dit ontruimingsplan de aanwezige Bouwkundige, Installatietechnische en Organisatorische (BIO) maatregelen integraal worden vastgelegd ten behoeve van de gebruikers van het gebouw, met name voor de bedrijfshulpverleningsorganisatie (BHV-organisatie). Dit met als doel om de aanwezige BHV-organisatie in staat te stellen om een gebouw(deel) effectief te ontruimen bij brand of andere calamiteiten.

Het komt regelmatig voor dat bij het opstellen van ontruimingsplannen enkel rekening gehouden wordt met een scenario waarin de bezetting van de ontruimers maximaal is. Vervolgens wordt er op initiatief van de gebruiker een ontruimingsoefening uitgevoerd op basis van dit scenario, waarna wellicht ten onrechte een conclusie getrokken wordt dat de aanwezige BIO-maatregelen doeltreffend zijn. Maar zijn deze maatregelen ook doeltreffend op het moment dat er bijvoorbeeld één BHV’er binnen het gebouw aanwezig is? En zo ja, in hoeverre is dit aantoonbaar? Deze vragen kunnen beantwoord worden door een realistische formulering van een maatgevend scenario.   

In deze kennispublicatie geven we inzicht in het belang van een maatgevend scenario en de toetsing hiervan.

 

Wet- en regelgeving

In het artikel 6.20 lid 1 van het Bbl (artikel 7.11a van het voormalige Bouwbesluit) is vastgelegd dat binnen een gebruiksfunctie met een krachtens de wet voorgeschreven brandmeldinstallatie en in een bouwwerk waarvoor een gebruiksmelding verplicht is, voldoende personen zijn aangewezen om de ontruiming voldoende snel te laten verlopen. Dit betreft een eis vanuit de bouwregelgeving ten aanzien van ontruiming bij brand, als aanvulling op de maatregelen welke op basis van de Arbeidsomstandighedenwet vereist zijn.

Hierbij worden de woonfuncties voor zorg op afspraak en zorg op afroep uitgesloten van deze verplichting gezien het uitgangspunt dat de bewoners van deze zorgfuncties zich zelfstandig kunnen redden. In de praktijk blijkt dit echter niet altijd het geval te zijn bij locaties met zorg op afroep, aangezien de bewoners van dergelijke woonfuncties niet altijd in staat zijn om een ontruimingsalarm op de juiste wijze te interpreteren, hier adequaat op te reageren/handelen en/of niet fysiek mobiel zijn.

Op welke manier aan artikel 6.20 lid 1 Bbl moet worden voldaan, is niet vastgelegd in het Bbl. De invulling van deze eis is overgelaten aan de eigenaar/gebruiker van het gebouw. Belangrijk uitgangspunt dat aangehouden dient te worden is dat de beschikbare ontruimingstijd (ASET) groter moet zijn dan de benodigde ontruimingstijd (RSET).

 

Het ontruimingsplan

Om de aanwezige ontruimingsorganisatie van relevante informatie te voorzien rondom ontruiming, wordt geadviseerd de kenmerken van het gebouw en de getroffen BIO-maatregelen op een heldere wijze vast te leggen in een ontruimingsplan. De manier waarop een ontruimingsplan vormgegeven moet worden is niet wettelijk bepaald. Er is wel een Nederlandse norm aanwezig welke als een richtlijn gebruikt kan worden voor het opstellen van dergelijke plannen – de NEN 8112. Het woord ‘richtlijn’ duidt erop dat het gebruik van deze norm niet wettelijk vereist is. Dit betreft wel een erkende en veel toegepaste norm, het gebruik hiervan wordt door Brafon geadviseerd. Bij het opstellen van beleidsplannen hebben wij bij meerdere (zorg)organisaties geadviseerd om de toepassing van deze norm verplicht te stellen in het organisatorische beleid.

Een ontruimingsplan op basis van NEN 8112 bestaat in ieder geval uit de volgende (inhoudelijke) onderdelen:

  • Ligging van het bouwwerk;
  • BIO-gegevens;
  • Alarmeringsprocedures;
  • Ontruimingsorganisatie en wijze van ontruiming;
  • Veiligheidsplattegronden.

 

Bij de verwerking van de bovenstaande gegevens dient de opsteller van een ontruimingsplan risicogericht naar een locatie te kijken, waarbij aandacht is voor de locatie specifieke risico’s (maatwerk). Geen gebouw is tenslotte hetzelfde.

Een essentieel onderdeel om inzichtelijk te maken of er voldoende aangewezen personen bij ontruiming zijn, ontbreekt echter in deze richtlijn. Bepaald moet worden of er te allen tijde voldaan kan worden aan het kunnen uitvoeren van een veilige en vlotte ontruiming. Hiervoor is het vaststellen van het maatgevend scenario benodigd.

 

Het maatgevend scenario

Het maatgevend scenario geeft beeld van een situatie waarin het tijdig ontruimen van een gebouw(deel) de meeste uitdagingen met zich meebrengt. Binnen de locaties waarin sprake is van een georganiseerde koppeling tussen wonen en professionele zorgverlening zal in veel gevallen in de nachtsituatie sprake zijn van een maatgevende situatie. Dit gezien de beperkte aanwezigheid van ontruimers (vaak 1 á 2 personen) ten opzichte van de dagsituatie.

Bij het uitschrijven van een maatgevend scenario is het van belang om de volgende kenmerken inzichtelijk te maken:

  • Minimaal aantal aanwezige ontruimers;
  • Het bedreigde gebied binnen het gebouw waaruit ontruiming (naar de verwachting) de meeste tijd vergt;
  • Maatgevende ruimte waarin brand ontstaat en op welke wijze (niet/enkel bouwkundig/brandwerend) deze ruimte afgescheiden is van de gezamenlijke of gemeenschappelijke vluchtroute;
  • Maximaal aantal aanwezigen (bewoners/cliënten/bezoekers) binnen het gekozen gebied;
  • Zelfredzaamheid van de aanwezigen.

 

Een maatgevend scenario staat bij alle gebruiksfuncties centraal, ook bij de woonfuncties met zorg waarbij vanuit de bouwregelgeving uitgegaan wordt dat alle bewoners zichzelf in veiligheid kunnen brengen bij het luiden van het alarm.

De hierboven omschreven kenmerken van het scenario kunnen vervolgens getoetst worden aan de hand van ‘Handreiking 7.11a voor toezichthouders – Ontruimen bij zorgfuncties’ (Nieman en Geregeld, 2019) om te bepalen of er voldoende personen bij ontruiming aanwezig zijn. Ook dit betreft een veel toegepaste handreiking, echter is gebruik van deze handreiking niet verplicht. Ook het bevoegd gezag gebruikt deze handreiking regelmatig bij de toetsing aan artikel 6.20 lid 1 van het Bbl.

 

Toetsing met een ontruimingsoefening

Als het op basis van een maatgevend scenario, waarbij de situatie getoetst is aan de hand van de bovengenoemde handreiking, aannemelijk is dat een gebouw(deel) tijdig ontruimd kan worden, is het van belang om dit in de praktijk te toetsen.

Bij het opstellen van de eerste versie van een ontruimingsplan dient het maatgevend scenario als input voor een te houden ontruimingsoefening. Tijdens een ontruimingsoefening kan getoetst worden of alle aanwezigen daadwerkelijk tijdig ontruimd kunnen worden met behulp van de aanwezige BIO-maatregelen. Hierbij is het vanzelfsprekend van belang dat een ontruimingsoefening binnen eigen locatie gehouden wordt, zodat de ontruimers goed bekend zijn met ‘eigen gebouw’.

Indien na een ontruimingsoefening knelpunten naar voren komen waardoor tijdig ontruimen niet mogelijk is, moeten er maatregelen getroffen worden. Het ontruimingsplan moet hierop worden aangepast. Denk hierbij aan het verkleinen van het aantal aanwezigen binnen het bedreigde gebied, het inzetten van extra ontruimers, aanvullende bouwkundige (realiseren van aanvullende brandwerende scheidingen) en/of installatietechnische maatregelen (wijzigen van de ontruimingsalarminstallatie).

Kortom, bij het opstellen van een ontruimingsplan moet voldoende aandacht zijn voor de aanwezige risico’s bij een slechts denkbare doch realistische situatie. Vervolgens dient hetgeen vastgelegd is op papier getoetst te worden in de praktijk om te kunnen vaststellen of getroffen maatregelen doeltreffend zijn en de restrisico’s acceptabel zijn. Wanneer de ontruimingsorganisatie haar doel binnen een maatgevend scenario behaalt, is te concluderen dat dit tevens zal lukken bij minder uitdagende scenario’s.

 

Meer over dit onderwerp weten?

Brafon specialiseert zich in het opstellen van maatwerk ontruimingsplannen en het verzorgen van ontruimingsoefeningen. Mocht u na het lezen van deze kennispublicatie meer informatie willen ontvangen over het opstellen van ontruimingsplannen en/of het uitvoeren van de ontruimingsoefeningen, dan kunt u altijd contact met ons opnemen.

Wilt u meer inzicht krijgen in de BIO-maatregelen? Dan nodigen wij u uit om de opleiding ‘Aankomend Brandpreventiedeskundige’ te volgen bij Obex.

Deze kennispublicatie is opgesteld door Nikita Kravets

Deel deze post op:

Dit is misschien ook interessant voor je?