Zelfsluitend

In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt gesproken van constructieonderdelen (zoals bijvoorbeeld deuren). Openingen in inwendige scheidingsconstructies tussen een brand- of subbrandcompartiment en een buiten dat compartiment gelegen ruimte zouden de weerstand van zo’n constructie tegen branduitbreiding of rookdoorgang tenietdoen. Daarmee zou ook niet meer worden voldaan aan de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen deze ruimten. Daarom bepaalt het Bbl dat deuren in de inwendige scheidingsconstructie in beginsel voorzien moeten zijn van een dranger. Het gaat hier om de scheidingsconstructies tussen een (sub)brandcompartiment en besloten ruimten daarbuiten en niet om scheidingsconstructies binnen een (sub)brandcompartiment of tussen een (sub)brandcompartiment en een niet-besloten ruimte.  

De bedoeling van het Bbl is te regelen dat deuren in alle brandscheidingen zelfsluitend zijn, daarom is de regel ook van toepassing op inwendige scheidingsconstructies waarvoor alleen een eis aan de weerstand tegen branddoorslag geldt.  

Voor nieuw te bouwen reguliere woonfuncties geldt dat een toegangsdeur van een woonfunctie alleen zelfsluitend is bij brand in de woonfunctie of het woongebouw waarin de woonfunctie is gelegen. Dit betekent dat vrijloopdeurdrangers toegepast moeten worden.