De overheid regelt met vergunningen welke activiteiten in de fysieke leefomgeving zijn toegestaan. Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden, waardoor het systeem van omgevingsvergunningen is gewijzigd.
Reikwijdte van de Omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning is een vergunning voor activiteiten die impact hebben op de fysieke leefomgeving. Waar voorheen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor) van toepassing waren, vallen deze nu onder de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Een omgevingsvergunning kan nodig zijn voor diverse activiteiten, zoals:
- Bouwen of verbouwen van een bouwwerk.
- Afwijken van het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan).
- Milieubelastende activiteiten.
- Monumentale of archeologische ingrepen.
De vergunningplicht wordt grotendeels bepaald door de regels in het omgevingsplan (voor het ruimtelijke deel) van de gemeente en de eisen uit het Bbl en het Bal (voor het bouwtechnische deel).
Vergunningsvrij
Het vergunningsvrij uitvoeren van ruimtelijke activiteiten is geregeld in artikel 2.29 Bbl in samenhang met de gestelde regels in het Omgevingsplan van de gemeente.
Het vergunningsvrij uitvoeren van bouwtechnische activiteiten is geregeld in artikel 2.27 Bbl.