Stuwdrukinstallatiesysteem

Een stuwdrukventilatiesysteem wordt toegepast in parkeergarages, tunnels en andere ruimten waar gecontroleerde rook- en luchtstromen noodzakelijk zijn. Hoewel de wetgeving geen expliciete eis stelt tot het aanbrengen van een stuwdrukventilatiesysteem, kan het worden ingezet als maatregel om te voldoen aan de functionele brandveiligheidseisen (gelijkwaardigheidsmaatregel) van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)

De gelijkwaardigheidsmaatregel vereist een onderbouwing waarin wordt aangetoond dat de installatie voldoet aan de minimale prestatie-eisen voor brandveiligheid en rookbeheersing. 

Een stuwdrukventilatiesysteem kan worden toegepast met de volgende doelstellingen: 

  • Beperking van rookverspreiding voor veilige vluchtroutes
  • Verbetering van zicht op de brand voor de inzet van de brandweer

Normen en regelgeving 

Hoewel stuwdrukventilatiesystemen geen expliciete wettelijke verplichting kennen, moeten ze voldoen aan de geldende normen en richtlijnen. De meest gebruikte norm is NEN 6098, in combinatie met de aanvullende richtlijnen NPR 6095-1 en NEN 2654-3. Deze normen beschrijven de technische eisen en prestatiecriteria waaraan een stuwdrukinstallatie moet voldoen. 

Daarnaast dient de installatie in lijn te zijn met de functionele eisen van het Bbl. Dit houdt in dat de werking van het systeem aantoonbaar moet bijdragen aan brandveiligheid, rookbeheersing en inzetbaarheid van de brandweer

Het stuwdrukventilatiesysteem dient voorzien te zijn van een inspectiecertificaat volgens het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging.