Een overige gebruiksfunctie is een gebruiksfunctie voor activiteiten waarbij het verblijven van personen een ondergeschikte rol speelt en die niet onder een andere specifiek benoemde gebruiksfunctie valt.
Voorbeelden van bouwwerken met een overige gebruiksfunctie zijn:
- Trafohuisjes: kleine gebouwen waarin elektriciteitstransformatoren zijn ondergebracht.
- Technische ruimten: gebouwen of bouwwerken die uitsluitend bedoeld zijn voor installaties, zoals telecomstations.
Kenmerken van een overige gebruiksfunctie
- De aanwezigheid van personen is incidenteel of van ondergeschikt belang.
- De gebruiksfunctie valt niet onder een van de andere specifiek benoemde gebruiksfuncties in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
- Kan zowel een gebouw als een ander type bouwwerk betreffen, afhankelijk van de functie.
Regelgeving en eisen
Voor bouwwerken met een overige gebruiksfunctie gelden specifieke eisen op het gebied van onder andere brandveiligheid en toegankelijkheid, afhankelijk van het type bouwwerk en de activiteiten die erin plaatsvinden. Omdat het verblijf van personen ondergeschikt is, kunnen de eisen minder streng zijn dan bij gebruiksfuncties waar permanent verblijf centraal staat.
Overige gebruiksfuncties vanuit het Bbl zijn:
Het vaststellen van de juiste gebruiksfunctie is essentieel, gezien het gebruik bepaald welke bouw- en gebruiksvoorschriften vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) van toepassing zijn.