Noodverlichting is essentieel voor de veiligheid in gebouwen en zorgt ervoor dat personen bij netspanningsuitval veilig kunnen vluchten en gevaren kunnen waarnemen. Dit voorkomt paniek en ongevallen en draagt bij aan een ordelijke ontruiming. In het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) zijn de eisen voor noodverlichting vastgelegd.
Noodverlichting wordt met name toegepast in verblijfsruimten waar veel personen tegelijk aanwezig kunnen zijn en (besloten) ruimten waardoor vluchtroutes uit deze verblijfsruimten voeren. En bij werkplekken waar risicovolle werkzaamheden uitgevoerd worden.
Voorschriften en normen
De eisen voor noodverlichting betreffen onderstaande eisen:
- Noodverlichting is verplicht in besloten ruimten met ruimte voor meer dan 75 personen en de daarbij behorende (besloten) vluchtroutes.
- De prestatie-eisen voor noodverlichting zijn gebaseerd op de NEN-EN 1838.
- Vluchtrouteaanduidingen moeten voldoen aan NEN 3011 en NEN-EN-ISO 7010.
Prestatie-eisen noodverlichting
Noodverlichting moet voldoen aan de volgende minimumeisen, conform het Bbl:
- Minimaal 1 lux verlichtingssterkte op de vloer van de betreffende ruimte.
- Binnen 15 seconden na spanningsuitval moet de noodstroomvoorziening functioneren.
- Noodverlichting moet gedurende minimaal 60 minuten blijven branden.
Onderhoud en testen
Om de functionaliteit van noodverlichting te waarborgen, is periodiek onderhoud vereist. Dit moet voldoen aan de eisen uit ISSO-publicatie 79 en NEN-EN 50172.
Moderne noodverlichtingsarmaturen beschikken vaak over een zelftestfunctie, waarmee wekelijks of maandelijks automatische controles worden uitgevoerd. Indien een storing optreedt, wordt dit zichtbaar via een indicator op het armatuur.