Op grond van een aantal theorieën, uitgangspunten en overwegingen heeft de brandweer het kwadrantenmodel ontwikkeld. Het model typeert een aantal bestaande en nieuwe inzettactieken bij gebouwbranden. Het is een denkkader, een model in ontwikkeling, geen werkinstructie.
Het kwadrantenmodel beslaat vier typerende inzettactieken die ontstaan uit de combinatie van defensief – offensief en binnen – buiten. De voor brandweerpersoneel minst risicovolle tactiek is de defensieve buiteninzet, de meest risicovolle tactiek is de offensieve binneninzet.
Het model (onderstaand weergegeven) geeft aan dat de tactiek van de offensieve binneninzet vooral bij woningbrand aan de orde zal zijn, uiteraard vanwege het verwachte risico voor bewoners. De defensieve binneninzet is vooral gericht op gebouwen (gebruiksfuncties) die bij brand eveneens een risico voor aanwezigen hebben zoals cellengebouwen, gezondheidsgebouwen, bijeenkomstgebouwen, hotels en hoogbouw.
Voor industriegebouwen ligt volgens het model, juist de (offensieve, dan wel defensieve) buiteninzet voor de hand en een binneninzet niet. Het brandrisico voor aanwezigen in grote compartimenten is wellicht anders, maar niet vanzelfsprekend groter dan in ‘normale’ compartimenten. De feitelijke inzet wordt in de actuele brandsituatie bepaald door de leidinggevende van de aanwezige brandweerploeg(en).
