Inrichting vluchtroute

Vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) worden eisen gesteld aan de vrije doorgang van een vluchtroute. Vanuit de nieuwbouw-voorschriften geldt een minimale breedte van 0,85 meter en een hoogte van ten minste 2,1 meter (vanuit bestaande bouw voor de meeste gebruiksfuncties ten minste 0,5 meter breedte en 1,7 meter hoogte).  

Indien er sprake is van een gezondheidszorgfunctie voor bedgebonden cliënten dient vanuit de bouwregelgeving (nieuwbouw) rekening te worden gehouden met een vrije doorgang waardoor een blok met een lengte van 2,3 m, een hoogte van 1,2 m en een breedte van 1,1 m horizontaal kan worden voortbewogen. Deze afmetingen waarborgen een horizontale ontruiming van de patiënt met bed naar een ander brandcompartiment.  

Indien er sprake is van een ‘niet-besloten ruimte’ waardoor een vluchtroute voert, worden er vanuit het Bbl tevens eisen aan deze ruimte gesteld. Er moet sprake zijn van een zodanige capaciteit voor de afvoer van warmte en rook en de toevoer van verse lucht, dat deze ruimte bij brand kan worden gebruikt om te vluchten en voor het verrichten van reddings- en bluswerkzaamheden. Rook mag zich in deze niet-besloten ruimte niet ophopen op een wijze die het gebruik van de vluchtroute belemmert. In open of natuurlijk geventileerde ruimtes moeten voorzieningen aanwezig zijn die rookverspreiding beperken en de zichtbaarheid in de vluchtroute behouden. De zichtafstand in de vluchtroute mag niet onder een kritische waarde dalen, zodat vluchtende personen de uitgang duidelijk kunnen vinden. Dit betekent dat rookconcentraties binnen de gestelde grenswaarden moeten blijven. Dit kan waar nodig met een Rook- en Warmteafvoer (RWA) installatie worden gerealiseerd