Energievoorziening van brandmeldinstallatie en ontruimingsalarminstallatie

Om de betrouwbaarheid en functionaliteit van zowel de brandmeldinstallatie (BMI) als de ontruimingsalarminstallatie (OAI) te waarborgen, moeten deze systemen voldoen aan strenge eisen met betrekking tot energievoorziening. Hieronder worden de eisen uiteengezet, waarbij zowel de primaire als secundaire energievoorzieningen worden behandeld, evenals de bijbehorende installatie- en onderhoudsrichtlijnen. 

Primaire en secundaire energievoorziening 

De brandmeld– en ontruimingsalarminstallaties moeten worden gevoed door twee onafhankelijke energiebronnen: 

  1. Primaire energievoorziening 
    De primaire voeding is aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Deze moet beveiligd zijn tegen stroomuitval en overspanning. De aansluiting dient op een afzonderlijke eindgroep in de verdeelinrichting te worden geplaatst. 
  1. Secundaire energievoorziening 
    Bij een storing in de primaire voeding neemt de secundaire energievoorziening de werking over. Dit betreft meestal een noodstroomvoorziening zoals accubatterijen. Voor de BMI gelden de volgende autonomie-eisen: 
  • 72 uur bedrijfsvoering, waarvan minimaal 30 minuten in alarmtoestand zonder doormelding. 
  • 24 uur bedrijfsvoering, mits: 
  • De storing binnen 30 minuten automatisch wordt doorgemeld naar een 24/7 bemand storingsstation. 
  • Een onderhoudscontract aanwezig is conform NEN 2654-1, waarin storingsoplossing binnen 24 uur gegarandeerd wordt. 

Voor de OAI moet de secundaire voeding minimaal 12 uur functioneren, inclusief 30 minuten in alarmtoestand, zoals beschreven in NEN 2575 en NEN-EN 54-4.