Brandwerendheid

Een brandwerende scheidingsconstructie moet voorkomen dat brand zich te snel uitbreidt naar andere delen van een gebouw. De brandwerendheid van bouwdelen of constructieonderdelen wordt beoordeeld op basis van Europese normen. 

Voor het bepalen van de brandwerendheid van bouwdelen wordt normaliter gebruik gemaakt van een standaard brandkromme, zoals gedefinieerd in de NEN-EN 1363.  

Beoordelingscriteria brandwerendheid 

Voor het bepalen van de brandwerendheid van een bouwdeel of constructieonderdeel worden vanuit de nationale norm (NEN 6069) verschillende criteria gehanteerd: 

  • Vlamdichtheid (E): Vlammen mogen niet door de scheidingsconstructie heen dringen. Dit wordt gemeten door onder andere te kijken of een wattenkussentje nabij de constructie ontbrandt. 
  • Thermische isolatie (I): De temperatuur aan de niet-verhitte zijde mag niet te sterk stijgen. De gemiddelde temperatuurstijging mag niet hoger zijn dan 140°C en de maximale stijging niet meer dan 180°C. 
  • Warmtestraling (W): De straling aan de niet-verhitte zijde van een constructie mag niet meer dan 15 kW/m² bedragen. 
  • Bezwijken (R): De constructie moet gedurende de vereiste tijd zijn draagkracht behouden en mag niet bezwijken onder zijn eigen gewicht of andere belastingen. 

Toepassing van de brandwerendheidscriteria 

Vanuit de NEN 6069 gelden specifieke eisen voor brandwerendheid, afhankelijk van het gebruik van het gebouw en de functie van de betreffende bouwdelen. Onderstaand zijn enkele benoemd. 

  • Tussen brandcompartimenten: er geldt meestal een EI-eis, zodat zowel vlammen als hitteoverdracht gedurende een bepaalde tijd worden tegengehouden. 
  • Voor subbrandcompartimenten: de eis is E, om rookverspreiding tegen te gaan en veilig vluchten mogelijk te maken (eis volgt vanuit het niveau bestaande bouw). 
  • Voor deurconstructies: in de meeste gevallen geldt EW, maar wanneer er bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen worden opgeslagen, moet de deurconstructie voldoen aan een EI-eis.