Om gedeeltelijk of gefaseerd ontruimen van een gebouw mogelijk te maken, wordt de ontruimingsalarminstallatie in zogenaamde alarmeringszones ingedeeld. Het indelen in alarmeringszones is alleen zinvol bij grote gebouwen. Kleine gebouwen bestaan doorgaans uit slechts één alarmeringszone, waarbij het hele gebouw in één keer wordt ontruimd.
Bij grote gebouwen is dat niet altijd noodzakelijk en kan in eerste instantie volstaan worden met het ontruimen van een bouwdeel of verdieping. Bij het activeren van het alarm door een handbrandmelder in te drukken, wordt dan bijvoorbeeld alleen de verdieping gealarmeerd waarop de melder is ingedrukt. Dit wordt een alarmeringszone genoemd. De wijze van ontruimen wordt bepaald door de gebruiker(s). Hierbij dient rekening te worden gehouden met artikel 6.20 Bbl.
Op het bedieningspaneel is per alarmeringszone een drukknop aanwezig. Indien nodig, kunnen in een later stadium andere verdiepingen gealarmeerd worden door gebruik te maken van de overige zone knoppen. Ook kan gebruik worden gemaakt van de knop voor totaal ontruiming voor het gehele gebouw.