De bouwregelgeving in Nederland heeft zijn oorsprong met het van kracht worden van de Woningwet in 1902. In de loop der tijd heeft deze regelgeving zich ontwikkeld tot de bouwregelgeving die we vandaag de dag hebben.
De regelgeving is grotendeels samengevoegd in een uitvoeringsbesluit, het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) dat op 1 januari 2024 van kracht is geworden als onderdeel van de Omgevingswet.
Geschiedenis van de bouwregelgeving
Aan het eind van de 19e eeuw leidde de groei van steden tot slechte woonomstandigheden, wat resulteerde in de realisatie van de Woningwet 1901. Deze wet had tot doel de bouw van slechte woningen te stoppen en de kwaliteit van woningen te verbeteren. Vanaf dat moment werden gemeenten verplicht om een gemeentelijke bouwverordening te hebben. Dit zorgde echter voor verschillen in regelgeving tussen gemeenten, wat de uniformiteit van de bouwvoorschriften bemoeilijkte.
In de loop van de 20e eeuw werd het belang van een uniforme regelgeving steeds duidelijker. Het kabinet Lubbers I introduceerde in de jaren ’80 een actieprogramma voor deregulering, wat leidde tot de invoering van het Bouwbesluit 1992. Dit besluit verving de gemeentelijke bouwverordeningen door landelijke regels voor nieuwbouw en verbouw. In 2003 en 2012 werd het Bouwbesluit geactualiseerd in de vorm van het Bouwbesluit 2012. Deze regelgeving is momenteel grotendeels opgenomen in het Bbl en in de gemeentelijke omgevingsplannen.