Opslag van energie, een onderwerp dat al jaren speelt en in ontwikkeling is. Over de veiligheid van opslag en de relatie met (bouwkundige) brandveiligheid zijn onduidelijkheden en weinig middelvoorschriften. Onderstaand een uiteenzetting van de huidige eisen op gebied van brandveiligheid in relatie tot energieopslagsystemen.
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
In het Bbl zijn er geen expliciete middelvoorschriften gegeven over energieopslagsystemen (accu’s) en ruimten waarin deze aanwezig zijn. Om deze reden is de specifieke zorgplicht van kracht (artikel 6.4 Bbl). Dit artikel bevat een specifieke zorgplicht voor het brandveilig gebruik van bouwwerken.
Iedereen die een bouwwerk gebruikt of laat gebruiken en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat als gevolg van dat gebruik een gevaarlijke situatie zou kunnen ontstaan is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om zo’n situatie te voorkomen. Dit betekent meer concreet voor energieopslagsystemen dat moet worden voorkomen:
- dat brandgevaar wordt veroorzaakt,
- dat bij brand een gevaarlijke situatie wordt veroorzaakt,
- dat er op een andere manier gevaar voor de brandveiligheid ontstaat of voortduurt.
Op welke wijze deze risico’s worden weggenomen is aan de normadressaat.
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn tevens geen expliciete regels opgenomen over het opslaan van energieopslagsystemen, in deze het opslaan van lithiumhoudende batterijen. Dit is (nog) niet aangewezen als milieubelastende activiteit.
PGS1 37-1
De PGS 37-1 betreft een richtlijn die betrekking heeft op het veilig opslaan van elektriciteit in energieopslagsystemen (EOS). Deze richtlijn geeft een kader omtrent deze energieopslagsystemen. Energieopslagsystemen worden ingezet om energie op te slaan en aanvullend hierop energie in de vorm van elektriciteit te leveren.
De richtlijn is van toepassing op een energieopslagsystemen bestaande uit lithiumhoudende oplaadbare energiedragers die (in groepen) elektrisch met elkaar zijn verbonden met een totaal opgestelde capaciteit van meer dan 20 kWh. Belangrijk te benoemen is dat de PGS 37 deel 1 niet van toepassing is op systemen die gebruikt worden door particulieren, zoals thuisbatterijen.
Vanwege het risico op een thermal runaway2 een brand die zich voordoet in de energiedrager en niet zomaar te stoppen is, kunnen ze gevaarlijk zijn. Daarom is het belangrijk om ze op de juiste manier te gebruiken. Op gebied van brandveiligheid zijn er meerdere voorschriften in de richtlijn opgenomen. Bij inpandige opslag zijn dit er meerdere, bijvoorbeeld over de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag aangaande de ruimte waar het energieopslagsystemen is/wordt geplaatst.
PGS 37-2
De PGS 37-2 betreft een richtlijn voor de opslag van lithiumhoudende energiedragers.
Hierbij worden onder andere batterijen en accu’s bedoeld die worden gebruikt voor bijvoorbeeld e-bikes en laptops. Ook bij deze opslag zijn meerdere risico’s aanwezig (over-/ontladen, temperatuurwisselingen), waardoor kortsluiting of een thermal runaway kan ontstaan. Om hierin te voorzien geeft de norm diverse voorschriften. Vanuit het toepassingsgebied kan geconcludeerd worden dat ook deze niet van toepassing is op particulieren gezien de ondergrens3 in kilogram energiedragers.
Wanneer van kracht?
In de algemene regels vanuit het Bal zal in de toekomst worden verwezen naar de PGS 37 deel 1 en deel 2. Momenteel zijn deze (nog) niet van kracht, naar verwachting worden deze in de loop van 2027 opgenomen in het Bal.
1 Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen
2 “Een thermal runaway is een ongewenst chemisch proces waarbij de temperatuur van een batterijcel flink stijgt. Dit kan gebeuren door een thermische, elektrische of mechanische storing in de batterijcel. Hierdoor worden naburige cellen ook warm, waardoor ook deze in thermal runaway raken. De thermal runaway kan zich op deze manier uitbreiden door het gehele batterijpakket” (NIPV, 2023)
3 De ondergrens ligt tussen de 1.000 kg. aan energiedragers per brandcompartiment tot 30 kg. als strengste ondergrens. Deze strengste ondergrens is van toepassing op beschadigde of defecte energiedragers.


