Vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) worden er eisen gesteld aangaande de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) tussen (brand)compartimenten. Maar wat houdt brandoverslag precies in, hoe kunnen de bijbehorende risico’s inzichtelijk worden gemaakt en de herstelmaatregelen worden bepaald?
Om deze vragen te beantwoorden wordt de juridische basis, de bepalingsmethodiek conform NEN 6068, praktische vuistregels en aandachtspunten bij het uitvoeren van brandoverslagberekeningen uiteengezet in deze kennispublicatie. Daarnaast worden gangbare herstelmaatregelen benoemd die kunnen worden toegepast wanneer niet aan de vereiste WBDBO wordt voldaan.
Juridisch kader en definities
De WBDBO-eis in het Bbl geeft de kortste tijd (in minuten) dat de brand zich niet van het ene naar de andere (brand)compartiment mag uitbreiden. Ook richting andere ruimten kan deze eis gelden.
Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen branddoorslag en brandoverslag. Branddoorslag betreft uitbreiding door een constructieonderdeel heen, terwijl brandoverslag betrekking heeft op uitbreiding via de buitenlucht door warmtestraling, vlamcontact of vliegvuur. Via niet-brandwerende gevelopeningen kunnen deze vlammen en straling mogelijk brandoverslag veroorzaken. De vaststelling of wordt voldaan aan de vereiste weerstand tegen brandoverslag volgt vanuit de NEN 6068:2020. De stralingsbelasting kan op basis van deze norm voor een zekere tijdsduur worden berekend.
De WBDBO-eisen zijn afhankelijk van het branduitbreidingstraject (tussen compartimenten onderling of vanuit een compartiment naar bijvoorbeeld een extra beschermde vluchtroute) en het aan te houden veiligheidsniveau. Globaal kunnen de WBDBO-eisen in drie categorieën worden onderverdeeld:
- Niveau bestaande bouw: ten minste 20 minuten;
- Nieuwbouwniveau: ten minste 60 minuten (tussen compartimenten);
- Verbouw: ten minste 30 minuten (afhankelijk het rechtens verkregen niveau).
Hierbij is het belangrijk om op te merken dat de begrippen WBDBO en brandwerendheid nauw met elkaar verbonden zijn maar weldegelijk verschillend zijn. De WBDBO betreft het uitbreidingstraject van brand, terwijl brandwerendheid de eigenschap van een constructieonderdeel betreft.
Aanvullend op de voorschriften ter voorkoming van branddoorslag- en overslag tussen de compartimenten (in hetzelfde bouwwerk) worden er aanvullend eisen gesteld op basis van het spiegelsymmetrieprincipe. Het gaat hier om brandoverslag vanuit het bouwwerk richting belendingen.
Het principe van spiegelsymmetrie beoogt dat een bouwende partij niet onevenredig zwaar wordt belast, door een eventueel slechte bebouwing op het aangrenzende perceel. Op basis van het principe van spiegelsymmetrie moet derhalve bij het bouwen ter beperking van het gevaar van brandoverslag enkel rekening worden gehouden met een spiegelsymmetrisch, maar verder identiek gebouw op een naburig perceel. Voor de uitgebreide beschrijving van dit principe, zie de eerder door ons opgestelde kennispublicatie hier.
Vuistregels brandoverslag
Voorafgaand aan het mogelijk uitvoeren van een brandoverslagberekening conform NEN 6068:2020 kan het risico op brandoverslag in een bepaalde situaties inzichtelijk worden gemaakt middels een aantal vuistregels. Onderstaand worden diverse vuistregels globaal omschreven.
Interne hoeken
Voor interne hoeken van 90° kunnen de oude richtlijnen uit de ingetrokken NPR 6091 worden gebruikt als indicatie. Bij een WBDBO-eis van 30 of 60 minuten kunnen de onderstaande formules worden toegepast.
Deze vuistregel is zeer conservatief, maar een positieve uitkomst geeft bij onder andere woongebouwen voldoende zekerheid, een brandoverslagberekening zal in deze situaties normaliter niet benodigd zijn.

Tegenover elkaar gelegen openingen
Bij tegenover elkaar gelegen gevelopeningen is vooral de afstand bepalend om te bepalen of een brandoverslagberekening moet volgen. Bij afstanden kleiner dan 5 meter zijn altijd brandwerende voorzieningen nodig. Bij afstanden tussen de 5 en 15 meter (of 12 meter voor woonfuncties niet groter dan 500 m2) wordt gesteld dat de situatie middels een brandoverslagberekening conform NEN 6068 berekend worden.
Wanneer de afstand groter is dan 15 meter, kan er normaliter vanuit worden gegaan dat er geen brandoverslag binnen de gestelde tijd plaats zal vinden. Bij grote brandruimten (zoals industriegebouwen) kan dit niet met zekerheid worden gesteld, maar bij kleine brandruimten (bijvoorbeeld hotels en appartementen) zal deze afstand voldoende zijn om brandoverslag uit te sluiten.
Brandoverslag tussen dak- en gevelopeningen
In de NEN 6068:2020 is het onderstaande paragraaf opgenomen inzake indicatieve berekeningen aangaande brandoverslag tussen dak- en gevelopeningen. Dit wijst erop dat de betreffende vuistregel conservatief is.
“Voorheen kon de weerstand tegen brandoverslag via dakopeningen alleen met een conservatieve vuistregel uit de oude norm worden bepaald [NEN 6068:2008]. Met de nieuwe NEN 6068 kan de weerstand tegen brandoverslag via dakopeningen in detail berekend worden; deze berekening resulteert voor de meeste situaties in kortere benodigde ‘veilige’ afstanden tot andere dak- en gevelopeningen dan de vuistregel. Bij het opnieuw doorrekenen van bestaande situaties kan het daarom voorkomen dat er minder voorzieningen nodig zijn dan in het verleden zijn getroffen.”
Voor het uitvoeren van een indicatieve berekening is de volgende formule beschikbaar, waarbij de kleinste waarde leidend is:
Dd;g = 4 * Ad / P + 2 en Dd;g = 10
Dd;g = de is de horizontale afstand tussen enig punt van een opening in het dak van de ruimte van waaruit de weerstand tegen brandoverslag wordt bepaald tot enig punt van een opening in een opgaande gevel, in meter;
Ad = is de oppervlakte van de dakopening, afgerond op twee decimalen, in m²;
P = is de omtrek van de dakopening, afgerond op twee decimalen, in meter.

Bepalingsmethode (NEN 6068) en brandoverslagberekeningen
Indien er niet volstaan kan worden met indicatieve berekeningen op basis van de omschreven vuistregels, dient het risico op brandoverslag middels een brandoverslagberekening inzichtelijk te worden gemaakt, waarbij de uitgangspunten van NEN 6068 leidend zijn. Momenteel zijn er twee programma’s beschikbaar om een dergelijke berekening uit te kunnen voeren:
- Gebouwprestatie, module brandoverslag (DGMR);
- Pintegraal (PeutzData).
NEN 6068:2020 wordt rechtstreeks aangestuurd vanuit het Bbl en geeft de bepalingsmethode om de WBDBO tussen ruimten te bepalen. De norm beschouwt zoals aangegeven drie vormen van brandoverslag: warmtestraling, uitslaande vlammen en vliegvuur. Een berekening conform deze norm betreft enkel een berekening van warmtestraling.
Indien de warmtestraling op de gevelopeningen in de doelgevel hoger is dan 15 kW/m2 is er normtechnisch sprake van brandoverslag en zijn aanvullende maatregelen vereist.
Bij het uitvoeren van een berekening conform NEN 6068 dienen de gevelopeningen en semi-openingen geïnventariseerd te worden. Een gevelopening is elk deel van de gevel dat onvoldoende brandwerend is en daarom niet als ‘dicht deel’ mag worden beschouwd. Een semi-opening is een onbeglaasd geveldeel dat evenmin voldoet aan de eisen voor een dicht deel. Conform NEN 6068:2020 heeft een semi-opening altijd een brandwerendheid tussen de 5 en 29 minuten; wordt de brandwerendheid hoger, dan is er geen sprake meer van een opening volgens de norm. Voor alle semi-openingen moeten twee afzonderlijke berekeningen worden uitgevoerd, waarvan de meest kritische uitkomst als maatgevend geldt.
Voor het correct uitvoeren van een brandoverslagberekening dienen, naast de inventarisatie van de (semi-)openingen, diverse parameters inzichtelijk te zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de afmetingen en begrenzing van de brandruimte, de afmetingen en posities van alle gevelopeningen in zowel de brandruimte als de doelruimte en de netto- en bruto hoogten van de brandende ruimte. Ook de afstand tot perceelgrenzen of openbare ruimten speelt een belangrijke rol, evenals de WBDBO-eis die aan het specifieke traject is toegekend. Het is van groot belang dat alle gevelopeningen van de brandruimte worden opgenomen in het model, ook wanneer zij niet direct onderdeel lijken van het brandoverslagtraject; de invloed op de totale stralingsbalans kan aanzienlijk zijn. Daarnaast kan het brandwerend uitvoeren van een enkel gevelelement onverwacht leiden tot een verhoogde warmtestralingsbelasting op andere gevelopeningen.
Herstelmaatregelen
Wanneer een berekening uitwijst dat niet aan de WBDBO-eis wordt voldaan, zijn diverse maatregelen mogelijk. Het brandwerend uitvoeren van geveldelen is een veel toegepaste oplossing, bijvoorbeeld door het toepassen van gecertificeerde brandwerende beglazing. Het is echter raadzaam om eerst een controleberekening uit te voeren, omdat dergelijke aanpassingen invloed kunnen hebben op andere brandoverslagtrajecten. Ook kan worden gekozen voor het vergroten van de afstand tussen openingen of het vergroten van de hoek tussen twee gevels om de warmtestralingsbelasting te reduceren. Bij verticale brandoverslag bieden brandwerende balkons of uitkragingen vaak een effectieve oplossing. Ten slotte kan, indien de gebouwindeling dit toelaat, het wijzigen van de compartimentering ertoe leiden dat een specifiek brandoverslagtraject geheel vervalt.
Meer weten over brandveiligheid en brandoverslag of brandoverslagberekening benodigd?
Om een volledig inzicht te krijgen in de geldende brandveiligheidsvoorschriften vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt vanuit onze zusterorganisatie Obex Opleidingen de opleidingen ‘Brandpreventiedeskundige 1’ en ‘Specialist Bouwkundige Brandveiligheid’ aangeboden.
- De opleiding ‘Brandpreventiedeskundige 1’ geeft een volledig en integraal beeld van brandveiligheid. Hiermee ligt de nadruk op het toetsen van brandveiligheid op juridisch, bouwkundig, installatietechnisch en organisatorisch gebied.
- Tijdens de opleiding ‘Specialist Bouwkundige Brandveiligheid’ worden bouwkundige brandveiligheidsaspecten tot in detail behandeld. Hierdoor wordt een brede kennis over bouwkundige brandpreventie opgedaan, welke direct in de praktijk kan worden toegepast.
Mocht u in een bouwproject twijfelen over een (potentieel) brandoverslagtraject kan Brafon u hierbij middels een gedegen maatwerkadvies adviseren en ondersteunen. Uiteraard kan Brafon ook voor u een brandoverslagberekening conform de vigerende NEN 6068:2020 uitvoeren.


