Gelijkwaardigheid bij veilig vluchten

Nick Warnshuis

05/10/2026

—
Omgevingswet en veilige vluchtroute

Veilig vluchten is één van de primaire doelstellingen van de brandveiligheidsvoorschriften in de bouwregelgeving. Om deze reden zijn er in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) een groot aantal specifieke middelvoorschriften opgenomen om te waarborgen dat mensen een gebouw veilig kunnen verlaten bij brand. 

Maar wat als een ontwerper niet kan of niet wil voldoen aan deze middelvoorschriften? De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om hiervan af te wijken in relatie tot de omgevingsvergunning, mits op een alternatieve manier hetzelfde veiligheidsniveau wordt bereikt als beoogd met het oorspronkelijke voorschrift. Dit principe noemen we gelijkwaardigheid. Maar wat houdt gelijkwaardigheid in en hoe is het juridisch is verankerd? Welke mogelijkheden zijn er om gelijkwaardigheid bij vluchtveiligheid aan te tonen? In deze kennispublicatie geven wij antwoord op onder andere deze vragen.  

Juridisch kader

Brandveiligheid is in Nederland ingebed in verschillende wet- en regelgeving. De belangrijkste wet betreft de Omgevingswet. Vanuit de Omgevingswet wordt het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) als één van de vier uitvoeringsbesluiten aangestuurd.  

Vanuit  het Bbl worden eisen gesteld aan de brandveiligheid van gebouwen. Het primaire doel van de in de bouwregelgeving opgenomen brandveiligheidsvoorschriften is het voorkomen van slachtoffers (gewonden en doden) en het voorkomen dat een brand zich uitbreidt naar een ander perceel. Opgemerkt wordt dat schadebeperking aan het gebouw en inventaris expliciet geen doel van de publiekrechtelijke brandveiligheidsvoorschriften is.  

De voorschriften uit het Bbl zijn onderverdeeld in doel- en middelvoorschriften. Nagenoeg elke paragraaf uit het Bbl begint met een doelvoorschrift, waarin de wetgever het beoogde doel van de door de in de desbetreffende paragraaf opgenomen voorschriften wordt gegeven. Vervolgens worden middelvoorschriften (prestatie-eisen) gegeven, waarbij door het voldoen aan de prestatie-eisen, wordt gesteld dat zal worden voldaan aan het desbetreffende doelvoorschrift. Deze publiekrechtelijke middelvoorschriften bevatten uniforme regels, welke voor elk bouwwerk in Nederland gelden en waarbij de prestaties gebaseerd zijn op generieke uitgangspunten.  

Echter, niet elk gebouw en doelgroep zijn hetzelfde, waarbij het voldoen aan de publiekrechtelijke middelvoorschriften in een aantal situaties niet gewenst en/of mogelijk is. Wat als een aanvrager van de in de bouwregelgeving opgenomen voorschriften wil afwijken? 

Het vigerende publiekrecht voorziet in deze mogelijkheid op basis van artikel 4.7 van de Omgevingswet (gelijkwaardigheid).

Achterliggende gedachte van dit gelijkwaardigheidsartikel is, dat van de publiekrechtelijke voorschriften mag worden afgeweken, mits aangetoond kan worden dat een alternatieve oplossing resulteert in ten minste hetzelfde niveau van veiligheid, als is beoogd met het voorschrift waarvan wordt afgeweken. Op deze wijze zal invulling worden gegeven aan het door de wetgever gestelde doelvoorschrift. 

Artikel 4.7 lid 1 Omgevingswet 

In het Bbl (artikel 2.5) is opgenomen, dat een gelijkwaardige maatregel gedurende het gebruik van het bouwwerk in stand moet worden gehouden.  

Is voor een gelijkwaardigheid altijd voorafgaande toestemming benodigd? 

Artikel 2.4 Bbl geeft aan dat niet voor alle gelijkwaardigheden voorafgaande toestemming door het bevoegd gezag benodigd is.  

Bij activiteiten, waarvoor op grond van het Bbl een melding (zoals een bouwmelding en gebruiksmelding) is voorgeschreven, moet de gelijkwaardigheid worden gemeld. Pas na die melding is de gelijkwaardigheid toegestaan.  

Indien een gelijkwaardige maatregel niet omgevingsvergunningsplichtig en tevens niet meldingsplichtig is, is voorafgaande toestemming of melding niet vereist.  

In deze situaties vindt de beoordeling van de gelijkwaardigheid door het bevoegd gezag pas achteraf (repressief, ten tijde van toezicht) plaats. Het is de verantwoordelijkheid van de normadressaat om de gelijkwaardigheid aantoonbaar te maken, indien een tekortkomingen door het bevoegd gezag wordt vastgesteld.  

Gelijkwaardigheid – waar begin ik? 

Indien een eigenaar of gebruiker voornemens is om middels een gelijkwaardige maatregel af te wijken van de in de bouwregelgeving opgenomen middelvoorschriften, kan gebruik worden gemaakt van het onderstaande stappenplan.

  1. Ontwerp de gelijkwaardige oplossing 
  2. Motiveer waarom de gelijkwaardigheid voldoet
  3. Pleeg vooroverleg met bevoegd gezag en/of Veiligheidsregio 
    (enkel bij vergunningsplichtige/meldingsplichtige activiteiten)
  4. Dien de omgevingsvergunningsaanvraag/gebruiksmelding in  
    (enkel bij vergunningsplichtige/meldingsplichtige activiteiten) 
  5. Toetsing gelijkwaardigheid door bevoegd gezag
  6. Gemotiveerde goed-/afkeuring
  7. Instandhouding van gelijkwaardigheid 

Wat zijn gangbare gelijkwaardigheden m.b.t. vluchtveiligheid? 

Vluchtveiligheid is zoals benoemd één van de primaire doelstellingen van de brandveiligheidsvoorschriften uit de vigerende bouwregelgeving. Het uitgangspunt (doelvoorschrift) vanuit de wetgever is dat een gebouw zodanige vluchtroutes heeft, dat bij brand een veilige plaats kan worden bereikt.  

Vanuit een risicogerichte brandveiligheidsbenadering wordt de vluchtveiligheid veelal beoordeeld aan de hand van een ASET-RSET (Available Safe Egress Time; Required Safe Egress Time) analyse. 

Hierbij is het uitgangspunt dat ASET groter moet zijn dan RSET, het verschil tussen deze twee tijden betreft de aanwezige veiligheidsmarge. Binnen brandpreventie zijn diverse beheersmaatregelen op verschillende aandachtsgebieden beschikbaar om de ASET en/of RSET te beïnvloeden (ASET verlengen en/of RSET reduceren). Belangrijk is dat de genomen beheersmaatregelen goed op elkaar moeten aansluiten en de combinatie van voorzieningen moeten resulteren in het beoogde niveau van veiligheid.

Voorbeelden van gangbare gelijkwaardigheden in het kader van vluchtveiligheid zijn: 

  • Een Rook- en Warmteafvoer (RWA) installatie voor (o.a.) langere loopafstanden;
  • Een vultijdenmodel voor ruimten met hoge plafonds als onderdeel van risicoanalyse om de ASET inzichtelijk te maken;
  • Een ontruimingssimulatie als onderdeel van de risicoanalyse om de RSET inzichtelijk te maken; 
  • Een overdrukinstallatie voor het achterwege laten van een rooksluis. 

Meer weten over brandveiligheid en vluchtveiligheid? 

Om een volledig inzicht te krijgen in de geldende brandveiligheidsvoorschriften vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt vanuit Obex Opleidingen de opleidingen ‘Brandpreventiedeskundige 1’ aangeboden. 

De opleiding Brandpreventiedeskundige 1 geeft een volledig en integraal beeld van brandveiligheid. Hiermee ligt de nadruk op het toetsen van brandveiligheid op juridisch, bouwkundig, installatietechnisch en organisatorisch gebied.

Deel deze post op:

Nick Warnshuis

Senior Consultant Brandveiligheid en Brandveiligheidsmanager

Wilt u meer weten over dit onderwerp?

Heeft u vragen of wilt u sparren over uw situatie? Neem gerust contact op. We denken graag mee.

Obex Opleidingen

Verdiep uw kennis en pas het direct toe in de praktijk. Bekijk het opleidingsaanbod en kies een opleiding die bij u past.

Groeien in brandveiligheid en BHV bij Obex

Brafon Advies

Hulp nodig bij beoordeling, aanpak of onderbouwing in jouw gebouw/project? Plan een vrijblijvend adviesgesprek.

Brandveiligheid adviseur Brafon 

Blijf op de hoogte

Ontvang updates over brandveiligheid, BHV en de nieuwe kennispublicaties in uw inbox.

Door u in te schrijven gaat u akkoord met onze privacyverklaring.