Het begrip stuurzone wordt niet meer gebruikt binnen de NEN 2535. In plaats daarvan wordt in het Programma van Eisen (PvE) vastgelegd of een sturing algemeen wordt geactiveerd of door specifieke detectiezones wordt aangestuurd.
- Algemene sturing
Wanneer de brandmeldcentrale in alarm gaat, worden alle als algemeen aangemerkte sturingen automatisch geactiveerd. Dit betekent dat de sturing betrekking heeft op het gehele object en niet op een afzonderlijke de(e)l(en) van het gebouw.
- Selectieve sturing
In sommige gevallen is het wenselijk om sturingen slechts door een beperkt aantal detectiezones te laten activeren. Dit wordt vastgelegd in het PvE en kan bijvoorbeeld worden toegepast op installaties of compartimenten die alleen bij een lokale detectie in werking moeten treden.
Het PvE bepaalt hoe de sturingen exact worden ingericht. Over het algemeen worden sturingen per gebouw geregeld, maar indien nodig kan een selectieve sturing worden toegepast. Dit kan niet op een kleinere schaal dan een detectiezone, tenzij in het PvE expliciet wordt vastgelegd dat de sturing op groep- of melderniveau plaatsvindt en hiervoor een onderbouwing wordt gegeven.
Door deze aanpak wordt gewaarborgd dat brandveiligheidsvoorzieningen efficiënt en conform de regelgeving worden aangestuurd.