Deuren in vluchtroutes moeten altijd eenvoudig te openen zijn zonder het gebruik van een sleutel of ander hulpmiddel (artikel 6.21 lid 1 Besluit bouwwerken leefomgeving). Dit betekent dat de deur niet mag worden vergrendeld met bv. een sleutel. Ook automatische deuren moeten bij een calamiteit zonder vertraging open kunnen gaan.
vluchtroutes waarop veel personen zijn aangewezen lopen het gevaar geblokkeerd te raken als deuren op de vluchtroute tegen de vluchtrichting indraaien of niet tijdig kunnen worden geopend. Een groep vluchtende mensen zou daardoor in het gedrang kunnen komen. Daarom mogen deuren in vluchtroutes in bepaalde situaties niet tegen de vluchtrichting indraaien en kunnen eisen worden gesteld aan hang en sluitwerk.
In dit verband moet een draaideur worden aangemerkt als een deur die tegen de vluchtrichting indraait. Schuifdeuren zijn in de meeste situaties wel toegestaan.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) schrijft voor dat een deur van een uitgang waardoor een vluchtroute loopt bij het openen met de vluchtrichting moet meedraaien wanneer bij het vluchten meer dan 37 personen op die deur zijn aangewezen. Als een groter aantal personen dan het maximale aantal van 37 personen geleidelijk toestroomt over een langere tijdsinterval dan 1 minuut (waarbij is uitgegaan van het maximum van 37 personen), dan zou er, ter beoordeling van het bevoegd gezag, sprake kunnen zijn van een gelijkwaardige oplossing. Het gaat er om dat er nooit tegelijkertijd zoveel personen voor de deur aanwezig zijn, dat de deur in het gedrang niet meer geopend kan worden.
Als een uitgang een nooddeur is, dan mag dat geen schuifdeur zijn. Bij een nooddeur zijn er vanwege het incidentele gebruik onvoldoende waarborgen dat het schuifmechanisme bij brand nog goed werkt. Bij regulier gebruik van een schuifdeur bijvoorbeeld in de toegang van een gebouw zijn er voldoende waarborgen dat het schuifmechanisme gangbaar blijft.