Op sommige locaties is het ongewenst om bij een calamiteit een luid alarmsignaal te geven. Dit geldt bijvoorbeeld voor ziekenhuizen, verpleegtehuizen, penitentiaire inrichtingen en andere gebouwen waar zich niet-zelfredzame of opgesloten personen bevinden. In deze situaties wordt een stil alarm toegepast, waarbij alleen de verantwoordelijke medewerkers die de evacuatie moeten starten en begeleiden, gealarmeerd worden. Dit helpt stress en paniek te beperken en zorgt ervoor dat de ontruiming op een gecontroleerde manier verloopt.
Onder de geldende regelgeving moet een stil alarm voldoen aan de eisen voor ontruimingsalarminstallaties zoals beschreven in de NEN 2575-reeks.
Stil alarm kan op verschillende manieren worden gerealiseerd, afhankelijk van de situatie en de gebruikers van het gebouw.
1. Draadloze stilalarminstallatie
Een PZI (personenzoekinstallatie) is bijvoorbeeld een veelgebruikte methode voor stil alarm in gebouwen met medewerkers die verantwoordelijk zijn voor evacuatie.
- De PZI moet gekoppeld zijn aan de brandmeldinstallatie, zodat meldingen direct worden doorgestuurd naar de pagers of piepers van het verantwoordelijke personeel.
- Een PZI die wordt gebruikt voor ontruiming moet voldoen aan de eisen uit de NEN 2575-4.
2. Attentiepanelen op bemenste locaties
Naast een PZI kunnen attentiepanelen worden toegepast om op geselecteerde locaties een optisch en/of akoestisch alarmsignaal te geven.
- Deze panelen worden geplaatst op continu bemenste locaties, zoals een verpleegpost, slaapwacht, technische dienst of portiersloge.
- De plaatsing en werking van de panelen moeten voldoen aan de prestatie-eisen van de NEN 2575-5 voor ontruiming.
3. Gesproken codeberichten via de geluidsinstallatie
Een andere methode van stil alarm is een gesproken codebericht dat via de geluidsinstallatie wordt uitgezonden. Dit wordt vaak toegepast in gebouwen zoals concertzalen, congrescentra, warenhuizen en winkelcentra.
- De installatie moet voldoen aan de eisen voor ontruimingsalarminstallaties type A, zoals gespecificeerd in NEN 2575-2.
- Het gecodeerde bericht moet vooraf bekend en geoefend zijn bij het personeel dat verantwoordelijk is voor de ontruiming.
Een stil alarm moet altijd worden toegepast in combinatie met een goed ontruimingsplan en regelmatige oefeningen, zodat alle betrokkenen weten hoe zij moeten handelen bij een calamiteit.