Noodverlichting is zo’n typisch onderdeel van de gehele gebouwinstallatie dat pas gewaardeerd wordt als een calamiteit zich voordoet. Maar voor wie verantwoordelijk is voor veiligheid, is het veel meer dan een armatuur aan het plafond of een groen bordje boven de deur. Met de komst van de NEN-EN 1838:2025 is het speelveld veranderd. Wat zijn de cruciale wijzigingen en hoe houden we onze gebouwen aantoonbaar veilig?
De implementatie van de NEN-EN 1838:2025 is geen cosmetische ingreep. De norm heeft een herziene hoofdstukindeling gekregen en de definities zijn flink uitgebreid. Het doel? Minder ruimte voor interpretatie en een scherpere focus op de functionele eisen.
Deze norm staat niet op zichzelf, hij vormt een onafscheidelijk duo met de EN 50172, waarin het beheer, het onderhoud en de periodieke metingen zijn vastgelegd. Samen vormen ze de blauwdruk voor een installatie die niet alleen vandaag werkt, maar ook over tien jaar nog doet wat de installatie moet doen.
Belangrijk om te weten: De NEN-EN 1838:2025 wordt voor de noodverlichtingsinstallatie niet aangestuurd vanuit de Nederlandse regelgeving. Maar kan, aanvullend op de eisen vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), wel goed gebruikt worden om te voldoen aan de uitgangspunten van de Arbowet (om invulling te geven aan aanwezige, onderkende risico’s).
De Grote Wijzigingen: Wat is er veranderd?
De meest opvallende wijzigingen zitten in de details van de projectering.
1. De ‘Twee-Armaturen-Regel’
Een van de meest impactvolle nieuwe eisen is dat er in elke ruimte minimaal twee armaturen aanwezig dienen te zijn. Dit verhoogt de betrouwbaarheid aanzienlijk; mocht één armatuur weigeren, dan sta je niet direct in het pikkedonker. Bij een ruimte kleiner dan 8 m2 telt vluchtrouteaanduiding (VRA) met geïntegreerde noodverlichting hierbij gelukkig mee als armatuur.
2. Focus op Objectverlichting (5 Lux)
De regels rondom de positionering van verlichting bij specifieke objecten zijn aangescherpt. Punten zoals EHBO-posten, brandmeldpanelen, blusmiddelen en noodbedieningen van liften dienen niet alleen binnen 2 meter worden aangelicht, maar dienen ook 5 lux verticale verlichtingssterkte te ontvangen. Dit zorgt ervoor dat je in een noodsituatie ook daadwerkelijk de instructies op een brandblusser of ontruimingsplattegrond kunt lezen.
3. Anti-paniekverlichting
Om te bepalen of anti-paniekverlichting toegepast dient te worden dienen risico’s in kaart gebracht te worden. Een RI&E kan hier uitkomst in bieden, de verplichting hiertoe volgt vanuit artikel 5 Arbowet. Hierbij dient in ieder geval noodverlichting toegepast te worden in ruimten groter dan 60 m2 en indien in een ruimte gevaren zijn zoals een groot aantal personen, struikelgevaar etc. Anti-paniekverlichting moet ten minste 0,5 lux verlichtingssterke geven. Met uitzondering van ruimten voor meer dan 75 personen en wanneer een vluchtroute vanuit een andere ruimte door de ruimte met anti-paniekverlichting voert. Als dat het geval is dan dient bij het berekenen van de verlichtingssterkte (gedeeltelijk) 1 lux aangehouden te worden.
4. De Randzones: Meten met uitsluiting
Bij het berekenen van de 1 lux op de vluchtroute mogen de randzones worden uitgesloten. Bij vluchtroutes breder dan 2 meter geldt dit voor 0,5 meter aan weerszijden; bij smallere ruimten is dat 25%. Dit voorkomt dat onnodig veel armaturen geplaatst moeten worden om de uiterste hoekjes te verlichten waar toch niemand loopt.
Specifieke Ruimten: Geen Blinde Vlekken Meer
De nieuwe paragraaf 5.4 zoomt in op locaties die voorheen vaak een grijs gebied waren:
- Toiletten en Kleedkamers: Voor toilet, douche en kleedruimten groter dan 8 m² en mindervalide toiletten geldt nu een harde eis van 1 lux. Is er een verschoontafel aanwezig? Dan moet daar 1 lux op het oppervlak schijnen.
- Openbare Binnenzwembaden: Veiligheid stopt niet bij de waterlijn. Er wordt 5 lux aanbevolen op het wateroppervlak en de looproutes in de ruimte. De eerste 30 seconden na uitval zijn cruciaal; afhankelijk van de sportklasse kunnen de voorschriften daar zelfs oplopen tot 25 lux.
- Technische Ruimten: In ruimten met generatoren of besturingspanelen van de (nood)verlichtingsinstallatie volstaat de standaard vluchtrouteverlichting niet. Hier is 5 lux op verticale vlakken (zoals schakelkasten) vereist om veilig te kunnen handelen.
De Rol van Wetgeving en het UPD op de NEN-EN 1838:2025
Noodverlichting is geen vrijblijvend advies. Vanuit het Bbl is de eigenaar verplicht om een veilige omgeving te bieden die voldoet aan de bouwregelgeving, vanuit de Arbowet is de werkgever verplicht een veilige werkplek te realiseren. Hierbij geeft het Bbl concrete eisen in welke ruimten noodverlichting en vluchtrouteaanduiding vereist is. Aanvullend geeft de Arbowet aan dat doeltreffende maatregelen genomen dienen te worden voor de evacuatie van werknemers en andere aanwezige personen. Om hier invulling aan te geven dienen vluchtwegen en nooduitgangen die bij het uitvallen van de verlichting slecht zichtbaar zijn voorzien te worden van adequate noodverlichting. De NEN-EN 1838:2025 kan gebruikt worden om hier invulling aan te geven.
Om te voldoen aan de uitgangspunten van het Bbl, de Arbowet en om discussies achteraf te voorkomen, is het opstellen van een Uitgangspuntendocument (UPD) belangrijker dan ooit. Een goed UPD vermindert aannames en maakt keuzes controleerbaar voor inspecteurs, Arbo-adviseurs, verzekeraars en het bevoegd gezag.
Meer weten over noodverlichting?
Om een volledig inzicht te krijgen in de geldende voorschriften op gebied van noodverlichting en vluchtrouteaanduiding inclusief de toepassing ervan wordt vanuit Obex Opleidingen de opleiding Noodverlichtingsdeskundige aangeboden.
Mocht u gedegen advies willen over noodverlichting of moet een UPD worden opgesteld, kan Brafon u hierbij ontzorgen, adviseren en ondersteunen.


