Een handbrandmelder is een niet-automatische brandmelder waarmee een brandmelding handmatig kan worden gegeven. Door het indrukken of inslaan van het bedieningsvlak (zoals een breekglaasje of kunststof plaat), wordt een brandmelding gemaakt, vervolgens wordt vanuit de brandmeldcentrale de ontruimingsalarminstallatie geactiveerd. Hierdoor worden aanwezige personen gewaarschuwd en kunnen overige sturingen vanuit de brandmeldcentrale (zoals ontgrendeling van vluchtdeuren of het sturen van de liften) worden verricht.
Een handbrandmelder blijft in de alarmtoestand totdat deze handmatig is gereset en/of het ruitje is vervangen.
Plaatsing van handbrandmelders
De projectie van de handbrandmelders moet voldoen aan de NEN 2535. Aandachtspunten zijn:
- Goed zichtbaar en bereikbaar in de verkeersroutes.
- Maximale loopafstand: Vanuit elke plek in het gebouw moet binnen 30 meter een handbrandmelder bereikbaar zijn.
- Nabij brandslanghaspels: Binnen 2 meter, mits aanwezig.
- Hoogte: Tussen 0,90 en 1,50 meter (gemeten tot het hart van de melder).
- Receptie of portiersloge: Binnen 5 meter in de ruimte van de locatie waar meldingen worden ontvangen.
In sommige situaties, zoals ruimtes met een hoog risico op misbruik, kunnen beschermkappen of afschermingen worden toegepast.