In bouwwerken met een woonfunctie moeten rookmelders worden aangebracht in alle besloten ruimten die deel uitmaken van de vluchtroute. Dit betekent dat rookmelders verplicht zijn in de doorgangsruimten tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie. De rookmelders moeten voldoen aan de eisen van NEN 2555, wat inhoudt dat ze op netspanning zijn aangesloten en voorzien zijn van een noodstroomvoorziening.
Voor kamergewijze verhuur geldt een aanvullende verplichting: naast de vluchtroute moeten ook alle verblijfsruimten van een rookmelder worden voorzien. Deze eis geldt echter niet voor verblijfsruimten binnen een wooneenheid, als de wooneenheden onderdeel zijn van een beschermd subbrandcompartiment.
Bij logiesfuncties en bijeenkomstfuncties voor kinderopvang (voor kinderen jonger dan vier jaar), waar geen brandmeldinstallatie is vereist, gelden ook rookmelderverplichtingen. In deze situaties moeten rookmelders worden geplaatst in alle besloten ruimten die deel uitmaken van een vluchtroute en in alle verblijfsruimten.