Draadglas is beglazing voorzien van draadversterking in een raster. Hierdoor is het glas sterker en bezwijkt het minder snel bij brand. Draadglas is in het verleden wijdverspreid toegepast in bestaande gebouwen in Nederland. Er zijn verschillende varianten aan draadglas te identificeren. Enkel het aan beide zijden gepolijst draadglas, beter bekend als spiegeldraadglas, is te handhaven in een brandwerende puiconstructie.
Tot 1 september 2006 is voor de bepaling van de mate van brandwerendheid van draadglas een testrapport uit 1993 van TNO en het Centrum voor Brandveiligheid gehanteerd als leidraad. Dit rapport (93-CVB-R0164) was gebaseerd op testen met de twee voornaamste soorten spiegeldraadglas die op dat moment verkrijgbaar waren.
De beproevingsmethode was gebaseerd op de toen geldende NEN 6069:1991 (momenteel bijlage A NEN 6069). Uit deze testen volgde dat er een relatie bestaat tussen de oppervlakte van het toegepaste spiegeldraadglas en de mate van brandwerendheid. Het rapport bevatte een matrix waarin deze relatie is vertaald naar toepassingsvoorwaarden. Een eenvoudigere versie van deze matrix is heden nog steeds te gebruiken wanneer men een bestaande puiconstructie met daarin gepolijst draadglas beoordeelt.
Te hanteren beoordelingsleidraad bij bestaande constructies:
▪ Criteria Sa, S200 en/of E – geen restricties in oppervlak;
▪ EW-criterium 20 minuten – maximaal oppervlak 3,0m² per segment;
▪ EW-criterium 30 minuten – maximaal oppervlak 1,7m² per segment;
▪ EI-criterium – toepassing niet akkoord.
Onder segment dient te worden verstaan: het meest ongunstige (vierkante) segment van 2,5 m¹ bij 2,5 m¹ van een verticale scheidingsconstructie voor wat betreft het oppervlak aan gepolijst draadglas. Het meest ongunstigste segment kan dus ook meerdere puiconstructies omvatten.